Vier belangrijke tips voor beginnende fotografen

Als fotograaf krijg je ontzettend veel mogelijkheden voor je kiezen. Je camera heeft vaak wel honderd verschillende instellingen voor het diafragma, de sluitertijd en de flitser. Hoe begin je met fotograferen? Geen nood: in dit artikel geven we je vier basistips waarmee je je fotografie snel naar een hoger niveau tilt. Daarna kan je op je gemak de rest van de mogelijkheden van je nieuwe camera leren kennen!

diverse bloemen gefotografeerd met tegenlicht bij Schonenberg planten en bomen in Volkel

1. Zoek het licht

Merk jij dat je flitser vaak automatisch geactiveerd wordt? Dat is een teken dat je foto’s maakt met te weinig natuurlijk licht. De flitser kan heel nuttig zijn om een foto meer licht te geven, maar door de flits kan dit ook vertekeningen geven, en minder mooi licht in de foto. Bijvoorbeeld rode ogen, lelijke contrasten en de gevreesde “lens flares”.

De oplossing is jezelf te trainen om foto’s te maken op plekken met voldoende dag- of kunstlicht.En om de juiste positie ten opzichte van het licht te vinden. Binnenshuis ga jij met je rug naar de lichtbron (bijvoorbeeld het raam) staan, zodat het licht op je onderwerp valt. Buitenshuis ga je met je rug naar de zon staan. Zet, als het kan, je onderwerp in de schaduw, zodat het gelijkmatig belicht wordt.

Dit lijkt een tip die je mogelijkheden beperkt. Maar als je er in het begin op let, zul je na verloop van tijd automatisch de juiste plek en compositie gaan opzoeken. Waardoor je betere foto’s maakt en die flitser veel minder vaak gebruiken!

Oudere dame die op tabak aan het kouwen is in een hutje in Thailand

Spiekbriefjes Fotografie

De fotografische technieken uitgelegd.

Downloadbare uitleg over fotografie die je overal mee naartoe kunt nemen!

2. Gebruik continue autofocus bij bewegende onderwerpen

Moderne camera’s hebben geweldige mogelijkheden voor autofocus. Ze kunnen moeiteloos bewegende objecten volgen en zijn daardoor perfect om actiefoto’s te maken. Als je de juiste lens hebt, gaat je dat met praktisch elke camera lukken.

Maar er is één instelling die vaak verkeerd wordt gebruikt door beginnende fotografen. Als ze actiefoto’s maken gebruiken ze single-shot autofocus in plaats van continue autofocus. Als jouw object beweegt terwijl je de foto schiet, kan je net het mooiste moment missen.

De oplossing is dus om continue autofocus aan te zetten. Kijk in het menu met de Autofocus-instellingen op je camera en zet deze optie aan. In feite is continue autofocus een voordeel in de meeste situaties, behalve als je macrofoto’s maakt of stilstaande objecten fotografeert. In zo’n beetje alle andere situaties maak je continue autofocus betere foto’s – met een stuk minder moeite.

Wakeboarder die achter een boot op de Maas bij Ravenstein een salto maakt

3. Gebruik de voorgeprogrammeerde Auto-modus (P)

Elke camera heeft een paar standaard modussen, die allemaal hun eigen belichting hebben. Veel beginnende fotografen gebruiken de Auto-modus. En daar is niets mis mee! Cameraproducenten hebben die modus zo verfijnd dat hij voor de meeste mensen in de meeste gevallen geweldige plaatjes oplevert.

Als je beter wordt in fotografie, dan wil je misschien leren werken met de A/Av-modus  (diaframa aanpassen) of S/Tv-modus (sluitertijd aanpassen), of zelfs volledige controle krijgen in de M-modus. Daar valt veel voor te zeggen, maar voor de beginner zijn deze opties erg ingewikkeld.

Er is gelukkig een gulden middenweg: Program Auto (P-stand), de voorgeprogrammeerde Auto-modus, waarbij je net wat meer controle hebt dan in de Auto-modus. In Program Auto-modus stelt je camera nog steeds automatische waardes voor de belichting en sluitertijd vast. Maar je kunt deze waardes aanpassen, en ziet de waardes ook veranderen in je scherm. Daardoor krijg je een goed beeld van de waardes die voor jouw werk geschikt zijn.

Jong meisje poseert zittend in de zon bij het koekgebouw in Veghel

4. Pas je ooghoogte aan

Deze tip geldt niet alleen voor dure camera’s, maar ook voor foto’s met een simpel mobieltje, oftewel……voor iedereen. Zorg dat je op dezelfde hoogte staat als je object! Veel beginnende fotografen maken een foto vanaf hun eigen ooghoogte. Maar er ontstaan veel levendigere, interessantere foto’s als je je op hetzelfde niveau van je object begeeft.

Fotografeer je kinderen? Ga dan op je knieën zitten. Wil je een close-up van een mooie bloem? De ideale positie is plat op je buik. En fotografeer je op hoogte? Zoek een manier om op dezelfde hoogte te komen.

Ook dit is een eenvoudige tip, die vaak vergeten wordt. Als je hem in je achterhoofd houdt, zal je merken dat het snel je tweede natuur wordt om het juiste niveau voor je foto op te zoeken.

Twee meisjes poseren in de studio tijdens een fotoshoot.